Voor het eerst werd de startopstelling een dag voor de wedstrijd bepaald via een tijdrit over 6,4 kilometer. Brentjens finishte daarin als vierde. In het beginfase van de race ontstond een kopgroep van vijftien man. Onder aanvoerig van Brentjens probeerde de achtervolgers het gat nog te verkleinen. Hermida was de snelste. Bas van Dooren, die vorig jaar de eerste wedstrijd van de wereldbeker won, maakte aanvankelijk deel uit van de koplopers, maar eindigde niet bij de eerste tien.